06-09-2026
Bouwrecht

Vertragingsschade in de bouw: vertraging is nog geen schade

Een bouwproject loopt uit. De aannemer heeft extra kosten gemaakt en wil die verhalen op de opdrachtgever. Op het eerste gezicht lijkt dat logisch: als de opdrachtgever verantwoordelijk is voor de vertraging, waarom zou de aannemer dan zelf voor de gevolgen moeten opdraaien?

Toch blijkt dat in de praktijk een stuk ingewikkelder. Twee uitspraken van de rechtbanken Noord-Holland en Amsterdam uit 2025 laten goed zien waar het verschil kan zitten. Niet zozeer in de vraag óf sprake is van vertraging, maar in de vraag of de aannemer vervolgens ook kan aantonen welke schade door die vertraging is veroorzaakt.

Twee zaken, twee uitkomsten

In de zaak bij de Rechtbank Noord-Holland liep een nieuwbouwproject voor een school flinke vertraging op doordat het constructieve ontwerp ernstige gebreken bevatte. De rechtbank stelde, mede op basis van een deskundigenrapport, vast dat het ontwerp niet zonder meer kon worden gebruikt en dat het werk daardoor 35 weken had stilgelegen. De aannemer had bovendien al vroeg in het proces gewezen op problemen met het ontwerp.

De rechtbank zag daarom geen aanleiding om de vertraging aan de aannemer toe te rekenen. Voor een belangrijk deel van de gevorderde kosten kon de aannemer bovendien een voldoende directe relatie leggen met de ontwerpfouten en de daaruit voortvloeiende stilstand. De rechtbank wees ruim € 259.000 aan tijdgebonden kosten toe als vertragingsschade.

In de Amsterdamse zaak was het beeld anders. Daar was eveneens sprake van een aanzienlijke overschrijding van de geplande bouwtijd. De aannemer stelde dat dit onder meer kwam doordat de opdracht later was gegund en het werk later kon starten. Daarnaast claimde hij ruim € 300.000 aan kosten wegens de langere uitvoeringsduur en ruim € 45.000 aan prijsstijgingen.

Die vorderingen hielden grotendeels geen stand. De rechtbank vond onder meer van belang dat de aannemer de verlenging van de inschrijvingstermijn zonder voorbehoud had geaccepteerd en later ook de startdatum had aanvaard zonder zijn rechten voor te behouden. Voor de verdere vertraging waren bovendien andere oorzaken aanwezig, waaronder problemen bij de leverancier van natuursteen. De aannemer had onvoldoende inzichtelijk gemaakt welk deel van de vertraging aan welke oorzaak kon worden toegerekend. Ook de deskundige had volgens de rechtbank onvoldoende rekening gehouden met andere oorzaken van de langere uitvoeringsduur, waaronder meerwerk.

Wie de vertraging veroorzaakt, is niet hetzelfde als wie de schade veroorzaakt

Daarmee wordt een belangrijk onderscheid zichtbaar. Het is niet voldoende om vast te stellen dat de opdrachtgever verantwoordelijk is voor een bepaalde vertraging. Vervolgens moet ook worden vastgesteld welke schade daaruit voortvloeit.

Dat klinkt vanzelfsprekend, maar juist bij bouwprojecten is dat vaak lastig. Een langere bouwduur kan verschillende oorzaken hebben die door elkaar heen lopen. Een ontwerpwijziging kan leiden tot stilstand, maar tegelijkertijd kan sprake zijn van leveringsproblemen, inefficiëntie, meerwerk of wijzigingen in de planning. Dat maakt het noodzakelijk om de vertraging én de financiële gevolgen daarvan zoveel mogelijk aan concrete gebeurtenissen te koppelen.

De Amsterdamse uitspraak laat zien wat er gebeurt als dat onvoldoende lukt. De rechtbank kon op basis van de beschikbare gegevens niet vaststellen welk deel van de langere bouwtijd door de gemeente was veroorzaakt en welk deel andere oorzaken had. Een berekening die vervolgens simpelweg de kosten van de langere uitvoeringsduur als schade presenteert, is dan onvoldoende.

Daar komt bij dat vertragingsschade niet simpelweg achteraf kan worden vastgesteld door te kijken welke kosten de aannemer uiteindelijk daadwerkelijk heeft gemaakt. Nacalculatie is daarvoor in beginsel niet toegestaan. De schade moet worden onderbouwd aan de hand van de situatie die zich tijdens de uitvoering heeft voorgedaan en het verband tussen de gebeurtenis, de vertraging en de kosten die daaruit voortvloeien.

Het dossier wordt tijdens de bouw opgebouwd

De twee uitspraken laten daarmee een belangrijk verschil zien. In Noord-Holland kon de aannemer een directe relatie leggen tussen de ontwerpfouten, de stilstand van het werk en de daaruit voortvloeiende kosten. In Amsterdam ontbrak juist voldoende houvast om de verschillende oorzaken van de vertraging en de bijbehorende kosten uit elkaar te trekken.

Dat betekent dat het dossier tijdens de uitvoering wordt opgebouwd. Wanneer een probleem ontstaat, moet duidelijk zijn wat daarvan de gevolgen zijn voor de planning, welke kosten daardoor ontstaan en waarom juist die kosten aan de vertraging kunnen worden toegerekend. Wie pas na oplevering probeert te reconstrueren wat er is gebeurd, loopt het risico dat het causale verband niet meer overtuigend kan worden aangetoond. De vertraging kan dan wel vaststaan, maar de schade blijft voor rekening van degene die haar onvoldoende heeft weten te onderbouwen.

Rechtbank Noord-Holland 16 april 2025, ECLI:NL:RBNHO:2025:5725

Rechtbank Amsterdam 17 september 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:7517

Heeft u een probleem met een bouwcontract, een geschil tijdens de uitvoering van een bouwproject of een andere bouwrechtelijke vraag? Neem gerust contact met mij op.