
In de bouwpraktijk zie ik regelmatig dat de samenwerking tussen opdrachtgever en aannemer gedurende een project steeds verder onder druk komt te staan. Discussies over planning, meerwerk, kwaliteit van het werk of communicatie kunnen ervoor zorgen dat het vertrouwen verdwijnt.
Op enig moment wordt dan soms besloten om de aannemer van het werk te sturen en een derde in te schakelen om het project af te ronden. Vanuit praktisch oogpunt is die keuze vaak begrijpelijk. Juridisch ligt dat echter niet altijd zo eenvoudig.
De uitspraak van Rechtbank Noord-Nederland van 6 mei 2026 laat zien dat een dergelijke beslissing verstrekkende juridische gevolgen kan hebben.
In deze zaak ontstond een conflict tussen een hoofdaannemer en een installateur. Volgens de opdrachtgever was sprake van vertragingen, gebrekkig werk en aanzienlijke schade. De aannemer zou onbekwaam zijn en er zou sprake zijn van een verstoorde relatie. Uiteindelijk werd de installateur de toegang tot de bouwplaats ontzegd en werd de samenwerking beëindigd.
Wat direct opvalt aan deze uitspraak is dat de rechtbank niet als eerste keek naar de vraag wie inhoudelijk gelijk had, maar naar de vraag wat er juridisch eigenlijk was gebeurd.
De opdrachtgever meende dat hij de overeenkomst feitelijk had ontbonden vanwege tekortkomingen van de installateur. De rechtbank oordeelde echter dat de gang van zaken juridisch moest worden aangemerkt als een opzegging van de aannemingsovereenkomst. Dat onderscheid is in de praktijk van groot belang.
In de praktijk worden de begrippen opzegging en ontbinding regelmatig door elkaar gebruikt, terwijl de juridische gevolgen wezenlijk verschillen.
Bij ontbinding staat de tekortkoming van de wederpartij centraal. Bij opzegging maakt de opdrachtgever gebruik van zijn wettelijke bevoegdheid om de overeenkomst te beëindigen, maar blijven bepaalde betalingsverplichtingen bestaan.
Veel opdrachtgevers realiseren zich niet dat artikel 7:764 BW als uitgangspunt hanteert dat de aannemer bij opzegging recht houdt op de overeengekomen prijs, verminderd met de besparingen die door de beëindiging ontstaan. Juist dat speelde in deze procedure.
De opdrachtgever in deze zaak vorderde omvangrijke schadevergoedingen wegens vertragingen, gebreken en lekkages. De rechtbank wees deze vorderingen af. Concrete planningsafspraken waren onvoldoende vastgelegd, een deugdelijke ingebrekestelling ontbrak en ook het verband tussen de gestelde schade en de werkzaamheden van de installateur kon onvoldoende worden aangetoond.
De installateur kreeg daarentegen in reconventie grotendeels gelijk. De opdrachtgever moest alsnog ruim € 12.000 aan openstaande facturen voldoen en € 5.800 (minus een kleine vermindering in verband met besparingen) in verband met het restant van de aanneemsom.
In mijn praktijk merk ik dat partijen bij een escalerend bouwgeschil vaak vooral bezig zijn met de vraag wie er gelijk heeft. Minstens zo belangrijk is echter de vraag welke juridische gevolgen verbonden zijn aan de keuzes die tijdens het conflict worden gemaakt.
Het ontzeggen van de toegang tot het werk wordt soms gezien als een praktisch drukmiddel. Juridisch kan die beslissing echter worden aangemerkt als een opzegging van de aannemingsovereenkomst, met alle financiële gevolgen van dien.
Deze uitspraak laat zien dat een procedure niet altijd wordt beslist op basis van de vraag wie inhoudelijk gelijk heeft. Soms zijn de juridische gevolgen van een bepaalde keuze belangrijker dan de reden waarom die keuze werd gemaakt.
Juist op het moment dat een bouwproject onder druk komt te staan, worden beslissingen genomen die later bepalend blijken te zijn voor de juridische positie van partijen. Voor opdrachtgevers én aannemers is het daarom verstandig om niet alleen naar de inhoud van het conflict te kijken, maar ook naar de juridische gevolgen van de stappen die tijdens het conflict worden gezet. Wat op de bouwplaats een praktische oplossing lijkt, kan juridisch een heel andere betekenis krijgen.
Rechtbank Noord-Nederland van 6 mei 2026 (ECLI:NL:RBNNE:2026:1586)

Ik ben Maikel Exterkate, advocaat met bijna 20 jaar ervaring in het oplossen van geschillen en het voeren van procedures in b2b-relaties. Met uitgebreide kennis en praktijkervaring in de bouwsector sta ik klaar om u te helpen. Neem gerust vrijblijvend contact op om te bespreken wat ik voor u kan betekenen.